Geschiedenis

Euro-Children

00. inleiding

01. Duitsland

02 .Oostenrijk

03. Hongaarse jongeren

04. kleine projecten

05. Noord Ierland

06. Tsjechoslovakije

07. Roemenië

08. Tsjechische Republiek

09. Slovakije

10. Kroatië - Bosnië

HOME

Bladwijzer

.

nota voor de lezer:

we hebben getracht de geschiedenis van 55 jaar Euro-Children in het kort voor te stellen. Via de onderstaande korte inhoud of via de links bovenaan, kan men door even te klikken op de  teksten ( 0 tot 10) onmiddellijk de betreffende sites bereiken.

Deze geschiedenis is vooral een blijk van grote dankbaarheid aan de lange reeks gastgezinnen en medewerkers die gedurende die vele jaren bereid waren te helpen. 

.
0. Inleiding - voorgeschiedenis

.

Het allereerste begin van het toenmalige Jeugd zonder Land (later Euro-Children) lag bij de werking van de scoutsgroep "Prins Albertgroep voor Oorlogswezen". Door contacten met de kinderen in het Europadorp voor vluchtelingen in Aken en een verantwoordelijke voor de Amerikaanse NCWC in Baden-Wurttemberg begon de eerste opvang van kinderen.

.

1. Duitsland : kinderen in gastgezinnen en op vakantiekampen.

.

Niet alleen uit de regio Baden-Wurttemberg, maar ok uit andere Duitse Bundesländer werden kinderen uitgenodigd. Deze kwamen niet alleen in gastgezinnen, maar voor hen werden ook talrijke vakantiekampen ingericht. Het voornaamste initiatef als kamp, dat vele jaren werd doorgevoerd, was mogelijk dank zij de inspanningen van Louis Van Mullem, leraar van het college te Aalst, en actieve initiatiefnemer in het scoutsleven te Gent.

.

2. Oostenrijk : grote groepen naar ons land en voor vele jaren

.

Op vraag van Hans Loidl, verantwoordelijke voor de sociale diensten van Caritas-Linz, ging Jeugd zonder Land akkoord ook kinderen uit Ober-Österreich op te nemen. Prelaat Hermann Pfeiffer, president van de Oostenrijkse Caritas, vroeg de actie uit te breiden over de vele vluchtelngenkampen van Oostenrijk.

.

3. Hulp aan Hongaarse jongeren

.

In samenwerking met de Hongaarse jezuïet Kalman Horvath en de lutherse staatskerk in Noorwegen werden scoutskampen ingericht voor Hongaarse jongeren in Scandinavië. Tevens werden projecten voor Hongraarse jongeren door Caritas-Wenen ingericht, mogelijk door financiering vanwege Jegd zonder Land.

.

4. Kleinere en tijdelijke projecten

.

Er werd ook hulp geboden voor een initiatief van de Franse priester Abbé Pierre, en de Schola Cantorum van Aalst organiseerde vakantiekampen in Zwitserland.

.

5. Noord-Ierland : het grootste project van Euro-Children

.

De hevige strijd die in Noord-Ierand werd gevoerd tussen paramilitaire en politieke groeperingen bracht vooral voor de kinderen grote problemen mee. De samenwerking met de katholieke scholen van Belfast en Derry duurde vele jaren, en was zeer positief. Ondanks enkele discrete pogingen is het nooit gelukt directies van protestantse scholen te ovetuigen ook hun armste kinderen te zenden. De reden was vooral gelegen in hun politiek systeem: protestantse scholen waren toen allen staatsscholen, katholieke scholen hoorden toe aan de bisdommen of kloostecongregaties.

Bij de hulpverlening aan Ierse kinderen kon Euro-Children ook rekenen op medewerking vanuit Nederland, Duitsland en Oostenrijk.

.

6. Tsjechoslovakije : van  de bevrijding van Praag tot de onafhankelijkheid van beide landen.

.

Kort na de bevrijding van Praag vroeg mevrouw Marie Kaplanova of Euro-Children niets kon doen voor de kinderen uit het toenmalige Tsjechoslovakije. De jaren communistische overheersing en de strijd tegen elke vorm van godsdienst  wogen zwaar op de gezinnen. Door haar medewerking aan het verzet was ze zeer goed op de hoogte van de toestand, en kende ze ook zeer veel vrienden in de politieke en kerkelijke middens. Dit zou voor de start van de werking van Euro-Children in haar land een grote hulp zijn.

.

7. Roemenië : los van Moskou maar intern verdeeld

.

De samenwerking met een lokale organisatie gaf veel moeilijkheden, maar toch was het mogelijk heel wat kinderen te helpen. Dit gebeurde vooral omdat er ook in ons land veel hulp werd geboden.

.

8. Tsjechische Republiek: Bohemen en Moravië
Na de splitsing van het vroegere Tsjechoslovakije in twee zelfstandige staten, de Tsjechische republiek en Slovakije, werd ook de werking van Euro-Children voor die twee landen opgeplitst. In het Tsjechisch gedeelte zou de organisatie "živa rodina - YMCA" gedurende vele jaren de coördinatie doorvoeren. Mevrouw Ludmila Böhmová zou de verbindingspersoon blijven voor het geheel, maar  de heer Lubaš Nágl zou van uit Olomouc de zaken behartigen voor de kinderen uit Moravië.

.

9. Slovakije: een voornaam project in Midden-Europa                                         

Omdat de economische ontwikkeling in Slovakije veel trager verloopt dan in de naburige Tsjechische Republiek, heeft Euro-Children de laatste jaren een prioriteit gemaakt van de werking in dat land. Bovendien heeft men er steeds kunnen rekenen op een zeer grote en degelijke inzet van eigen vrijwillige medewerkers voor Euro-Children. Enkele jaren geleden werd ook speciale aandacht geschonken aan de kinderen van Roma-gezinnen: ondanks de inspanningen van onze medewerkers ter plaatse, was het zeer moeilijk de ouders te overtuigen hun kinderen deel te laten nemen aan initiatieven waar deze niet dicht bij hun ouders zijn.

.

10. Kroatische kinderen uit Kroatië en Bosnië-Hercegovina
De meeste kinderen die tot op heden werden uitgenodigd, wonen als Bosnische-Kroaten in de republiek Kroatië, en worden daar door de plaatselijke bevolking dikwijls aangezien als indringers. Daarom trachten ze zich te hergroeperen in enkele centra. In het landsgedeelte Republika Srpska van Bosnië trekken de jongere Kroatische gezinnen meer en meer weg bij gebrek aan toekomstperspectieven..