|
Euro-Children |
|
Geschiedenis |
||||||
|
. |
||||||||
| hoofdstuk 3: Hulp aan Hongaarse jongeren | ||||||||
|
. |
||||||||
| 3.1. Eerste contact met de Hongaarse Jezuïet Kalman Horvath. | ||||||||
|
. |
||||||||
|
|
Einde 1962 had
het Internationaal Hulpbetoon van Caritas Catholica nog een klein
secretariaat aan de Huidevettersstraat te Antwerpen. Daar gebeurde
de begeleiding van gastgezinnen, die vroeger kinderen uit West-Duitsland
en Oostenrijk hadden opgenomen voor een langere periode. Lily Fineau
was hoofdverantwoordelijke voor de vluchtelingen in ons land en ook voor
de dienst te Antwerpen. Zo zou ze ook regelmatig op bezoek komen bij Jeugd
zonder Land, dat intussen een eigen kantoor had aan de Mutsaertstraat,
binnen het pas opgerichte Caritas-Antwerpen.
Op haar uitdrukkelijke wens, werd een samenkomst geörganiseerd met de jezuïet Kalman Horvath, zelf gevlucht uit Hongarije, priester gewijd in Nederland en medewerker van Oostpriesterhulp. Uit deze samenkomst zou een jarenlange samenwerking en vriendschap ontstaan. |
|||||||
|
. |
||||||||
| Intussen was pater
Horvath overgeplaatst naar Oslo, waar hij
rector werd van een zustercongregatie. Maar, hij was in Scandinavië vooral de
bezieler van de Ungarsk Flyktningshjelp, waardoor hij pastoraal
verantwoordelijke werd voor de Hongaarse families in Noorwegen, Denemarken
en Zweden. Door zijn contacten met het Internationaal Hulpbetoon van Caritas Catholica kende hij de werking van Jeugd zonder Land. Als medewerker van Oostpriesterhulp had hij bovendien vernomen dat hun verantwoordelijken in Duitsland ook meerdere kinderen via de Duitse Caritas aan Jeugd zonder Land toevertrouwden. Daarom hoopte hij ook, dat er misschien wel plaats zou gevonden worden voor zijn Hongaarse kinderen. Zo werden er in 1963 een veertigtal Hongaarse kinderen uitgenodigd uit Noorwegen en Zweden. Het experiment gaf slechts ten dele voldoening: vele van deze kinderen waren nog in een aanpassingsperiode, om van hun Hongaarse moedertaal over te schakelen naar het Noors of Zweeds in de school. De medewerker van de Ungarsk Flyktningshjelp, had ons geschreven dat de kinderen Duits leerden als tweede taal. Daarom zorgde Jeugd zonder Land voor een speciale actie in onze duitstalige gebieden, Eupen en Sankt Vith. Er was veel goede wil bij de gastgezinnen, maar ... de kennis van het Duits bij de kinderen was zo miniem, en het Hongaars is een taal die zo ver verwijderd is van de Germaanse talen, dat er echt veel problemen waren. De kinderen hadden wel een aangename vakantie en keerden tevreden naar huis, maar de meeste gastgezinnen zouden het experiment niet herhalen in 1964. Daarom moest een andere oplossing worden gezocht.
Na heel wat briefwisseling met Pater Horvath, die gelukkig voor ons secretariaat nog altijd perfect Nederlands sprak, werd tenslotte een goede oplossing gevonden. Met onze jarenlange ervaring de jongens onder te brengen in scoutskampen, werd ook die richting gezocht. De suggestie werd gedaan te zoeken naar een kampeerterrein met een minimum aan accomodatie. Pater Horvath ging op zoek en vond de oplossing. Pastor Dahl-Johannessen, nationaal aalmoezenier van de Noors-protestantse YMCA, was bereid gedurende de grote vakantie een tehuis ter beschikking te stellen, eigendom van de lutherse kerk. Het was mooi gelegen aan de Oslo-fjord en voorzien van de nodige accomodatie. Er was plaats voor dertig jongeren. |
||||||||
| . | ||||||||
|
||||||||
| . | ||||||||
|
||||||||
| . | ||||||||
| De kampleiding werd toevertrouwd aan een medebroeder van Horvath, Pater Terescenyi. Het kamp werd zulk een succes, dat uit het samenzijn op het scoutskamp, stilaan andere activiteiten ontstonden. Na korte tijd werden die activiteiten, voor Hongaarse jongens en meisjes, definitief omgevormd tot een Hongaarse scoutsgroep. | ||||||||
| . | ||||||||
| 3.3. Dankbaarheid van Kardinaal Mindszenty | ||||||||
|
. |
||||||||
|
||||||||
| . | ||||||||
| 3.4. Een project voor Hongaarse jongeren in Wenen. | ||||||||
|
. |
||||||||
| De
hulp aan Hongaarse vluchtelingen gebeurde ook nog op een andere wijze. Op
een bepaald ogenblik kregen we van onze vrienden van Caritas-Wenen de
vraag, of we ook hulp konden bieden voor een speciaal project, waarvan we
meer details zouden vernemen bij ons eerstvolgend bezoek.
Met de ervaring die men in Wenen reeds had opgedaan, bleek het mogelijk bij de officiële diensten in Boedapest, onder bepaalde voorwaarden, een tijdelijk uitreisvisum te bekomen voor minderjarigen, die familieleden in Oostenrijk wilden bezoeken... om er tijdens hun verblijf Duits te leren. Het leek een mooie kans om Hongaarse jongeren te helpen, hoewel we ons afvroegen of er zoveel waren die familieleden hadden in Oostenrijk. Tevens waren we toch een beetje verwonderd, waarom Caritas-Wenen de verplaatsingskosten niet kon betalen . Maar tijdens onze volgende werkvergader!ng kregen we de volledige uitleg. Het ging om een groep van ongeveer 50 jongeren tussen 14 en 18 jaar, die enge contacten hadden met de Hongaarse katholieke kerk en graag in Oostenrijk samen enkele weken zouden doorbrengen in een schoolinternaat. De bedoeling was in een veilige omgeving godsdienstonderricht te kunnen ontvangen, wat in Hongarije toen strikt verboden was. Ook het leren van de Duitse taal stond op het programma, en voor sommigen onder hen was het bovendien een gelegenheid op hun leeftijd enkele weken voedzamer eten te krijgen dan thuis. Jeugd zonder Land ging akkoord de kosten van het internaat op zich te nemen, en zo kon het project vier jaar na elkaar plaats vinden. We waren wel verwonderd dat al die jongeren familieleden hadden in Oostenrijk.om aan een visum te geraken. Na de val van het communisme hebben we vernomen dat een reeks te vertrouwen vrienden van Caritas plots onkels en tantes waren geworden van die jongeren! We ontvingen elk jaar de lijst met de namen van de jongeren, die deelnamen aan die studieweken. Toen we eens door onze lutherse vriend, pastor Dahl-Johannessen werden uitgenodigd een paar dagen vakantie te nemen in zijn bungalow in Uppsala, verbleef er in de bungalow daarnaast een jong Hongaars gezin. Hij was geneesheer aan de universiteit, zij was tandarts, na haar huwelijk overgekomen uit Budapest. Tijdens het gesprek vertelde ze dat een van haar broers, dank zij een Belgische caritatieve organisatie, driemaal kon deelnemen aan studieweken in Wenen. Haar vader was priester van de grieks-katholieke ritus, thuis waren ze met acht kinderen, leefden in een klein dorpje, de woonkamer moest dienst doen als gebedsruimte op zondag, en zij moest in de keuken haar broertjes en zusjes kalm houden, terwijl haar vader soms veel te lang predikte! Het was voor haar en voor ons een aangename kennismaking, met de bedenking: "soms heeft men de indruk dat de wereld klein is". |
||||||||
| . | ||||||||
|
H03 updated 19.09.2010 pict |