|
|
Euro-Children Geschiedenis
|
||||||
|
. |
|||||||
| hoofdstuk 1: Duitsland | |||||||
|
. |
|||||||
| 1.1. Vluchtelingen in Baden-Wurttemberg : eerste belangrijke actie | |||||||
|
. |
|||||||
|
Ons eerste contact met de displaced persons in Duitsand gebeurde in 1958 op uitnodiging van de Duitse Caritas voor de deelstaat Baden-Württemberg. In de kantoren van Caritas-Stuttgart, samen met Hildegarde Feld en de plaatselijke verantwoordelijken voor de grootste kampen, werd overlegd wat nog tijdens de grote vakantie van dat jaar mogelijk was. Er moest natuurlijk een selectie worden gemaakt, zowel in de keuze van de kampen als in de keuze van de kinderen. Daarom was een eerste bezoek aan enkele kampen noodzakelijk. |
|||||||
| . | |||||||
|
|||||||
|
. |
|||||||
| Het aantal
vluchtelingenkampen in het Bundesland Baden-Wurttemberg was zeer
aanzienlijk, we vinden alleen nog de namen terug van de kampen waarvan
toen kinderen naar ons land kwamen: Bad Cannstatt, Esslingen, Waiblingen,
Singelfingen, Weildorf, Mannheim . Deze kampen lagen
allen ver buiten de steden en dorpen op gronden, die nu volgebouwd zijn
met industrie of sociale woningen.
Op sociaal vlak was het belangrijk te weten, dat de meerderheid van de bewoners behoorde tot de gezinnen met de grootste sociale problemen. Ze vormden in zekere zin "de rest" of "het overschot" achtergebleven nadat de besten reeds waren uitgeweken naar Australië, Kanada en de Verenigde Staten. In de persoonlijke gegevens van de kinderen vonden we als gemeenschappelijke sociale noemer vooral: één-oudergezinnen met veel kinderen. En waar er nog een vader vermeld werd was deze meestal "werkloos en onderhevig aan drankproblemen". Dank zij zeer veel hulp van de diverse media en de publiciteit rond de oproep van Koning Boudewijn naar aanleiding van het jaar van de vluchtelingen, was het mogelijk in dat jaar 200 kinderen uit deze kampen op te nemen binnen de werking van Jeugd zonder Land. Vooral een uitnodiging van het Hoge Commissariaat van de Expo te Brussel gaf via de media een geweldig impuls: tweemaal mocht er een belangrijke groep te gast zijn, en de kinderen waren vooral welkom bij de diverse persmensen. |
|||||||
|
. |
|||||||
| 2. Het jaar 1959 was een keerpunt | |||||||
|
. |
|||||||
|
In 1959 was het mogelijk tijdens de vakantie 538 kinderen uit de Duitse vluchtelingekampen over te brengen naar ons land. De meesten werden opgevangen in gastgezinnen, maar er ontstonden ook enkele andere initiatieven, vooral voor jongens. Tijdens de ganse werking is er vanuit de gastgezinnen steeds meer vraag geweest naar meisjes dan naar jongens. Daarom moeten voor het jaar 1959 volgende intitatieven speciaal worden vermeld: - de scouts van de Prins Albertgroep organiseerden een welpenkamp in Kapellen-Hoogboom voor 55 jongens van 10 tot 12 jaar. - de meisjesgidsen van Boechout deden hetzelfde voor 25 kleinere jongens. - Pater Plechelm, werkzaam in Boom, organiseerde speelpleinwerking voor een groep jongens in Aartselaar - de abdijschool in Sint-Andries (Brugge) ontving 53 jongens van 12 tot 15 jaar, - Jong-Davidsfonds van Antwerpen organiseerde samen met het ACW een kamp voor 34 jongens in Zoersel. - In het buitenland was er nog een scoutskamp voor 25 jongens in Königsdorf (Beieren), waar ook nog 66 jongens voor een vakantieverblijf waren. De hoger vermelde initiatieven waren eenmalig of beperkt tot enkele jaren. We moeten echter drie initiatieven vermelden die vele jaren een vast onderdeel zouden worden van de werking voor kinderen uit Duitsland binnen de vzw Jeugd zonder Land. |
|||||||
|
. |
|||||||
| 3. Twee initiatieven van meerdere jaren in de Rupelstreek | |||||||
|
. |
|||||||
| De
taak van Pater Guido Burgers in de abdij van Bornem, bestond er in
de productie van appel-cider te verzorgen en deze daarna ook te verkopen,
zodat het één van de inkomsten werd voor het levensonderhoud van zijn
medebroeders. Hij kreeg van zijn oversten toelating ook een eigen project
te ontwikkelen: gedurende vele jaren organiseerde hij er een kamp voor de
jongere kinderen, die Jeugd zonder Land uit Duitsland uitnodigde: het werd
een welpenkamp voor telkens 25 kinderen.
De leiding van het kamp werd telkens waargenomen door Guus De Ridder, die de administratie van de cider-afdeling verzorgde, maar tevens Akela was van de plaatselijke scoutsgroep. Het initiatief werd vele jaren herhaald, tot vreugde van de ouders in de vluchtelingenkampen. Toen Pater Guido op een bepaald ogenblik, in akkoord met zijn overste een einde maakte met de cider-verkoop, en een pastorale taak aanvaardde in het bisdom Antwerpen. Guus De Ridder kwam in dienst van Caritas-Antwerpen, waar ze tot haar pensioenleeftijd verantwoordelijk was voor de begeleiding van de bezigheidsterapie in bejaardentehuizen. Pater Plechelm was een gekende figuur in
het
Boomse. Naast zijn pastoraal werk verzorgde hij ook een deel van een
plaatselijk nieuwsblad. Dit gaf hem de mogelijkheid de nodige financies in
te zamelen, en het verblijf van de kinderen was mogelijk door samenwerking
met de speelpleinwerking van de plaatselijke parochie (de Koekoek) |
|||||||
|
. |
|||||||
| 4. Louis Van Mullem, een trouwe helper, gedurende vele jaren | |||||||
|
. |
|||||||
|
|||||||
|
. |
|||||||
|
|||||||
|
. |
|||||||
| 5. Uitbouw van de eigen organisatie. | |||||||
|
. |
|||||||
| de
vzw Jeugd zonder Land
Intussen had de organisatie ook het statuut van vzw bekomen, en werd de medewerking gezocht van enkele vrijwillige helpers met een degelijke eigen professionele ervaring. Een man die vele jaren de financies van de vereniging zou opvolgen was Charles Cos uit Boechout. Hij was financieel adviseur bij het Casino te Knokke, maar werd bij het dagelijks administratieve werk voor Jeugd zonder Land geholpen door zijn oudere, eveneens ongehuwde broer. Voor de contacten met de media was Gust Geens de aangewezen persoon. Als kineast nam hij trouwens een korte speelfilm op, die ongeveer 200 maal werd vertoond op diverse plaatsen in gans Vlaanderen, en zeker bijdroeg tot de bekendheid van het werk buiten het Antwerpse. de eerste reis met de trein In 1959 ondervonden we voor de eerste maal dat alleen veel goede wil en een zuinig beheer niet meer voldoende waren om zoveel kinderen op een verantwoorde en vooral veilige wijze te laten reizen. Tot één jaar voordien kwamen de kinderen met autocars. Oververmoeide chauffeurs en versleten bussen waren tijdens de heen- en terugreis oorzaak van herhaalde vertragingen, en de pascontrole aan de grens nam ook veel tijd in beslag.. Daarom werd er beslist in 1959 om te schakelen naar de trein. Besprekingen met de Belgische Spoorwegen hadden geleid tot een gunstige oplossing, waardoor een speciale trein de kinderen rechtstreeks van Stuttgart naar het Centraal Station in Antwerpen zou brengen. Een voldoende lang oponthoud werd voorzien in Luik en Leuven, waar reeds een deel gastgezinnen hun kind konden opwachten. Ook voor de terugreis werd het zelfde schema aanvaard. Caritas-Stuttgart had reeds laten weten, dat zij onvoldoende medewerkers hadden om de kinderen naar België te begeleiden, maar dat ze wel voor de kinderen zouden zorgen tot deze in de trein hun plaatsje hadden gevonden. De vorige jaren waren er reeds meerdere vrienden, die de autocars hadden begeleid: meestal ouders, die tijdens de vakantie zelf kinderen opnamen. Zij waren bereid voor de kinderen in te staan en ze hadden reeds ervaring opgedaan. Dit leek minder het geval bij de verantwoordelijke van Caritas-Stuttgart: Frau Tröger, een niet meer zo jonge medewerkster met een gouden hart voor de kinderen en hun ouders, nam de leiding in het overvolle Bahnhof, waar niet alleen bezorgde moeders, maar ook een reeks dorstige vaders hun kinderen voor de eerste maal in hun leven uit handen gaven. Frau Tröger vond dan ook dat de ouders best mee in de trein mochten om hun kroost een goede reis te wensen. Ze was het zo gewoon, zegde ze aan de verwonderde verantwoordelijken van Jeugd zonder Land ... maar nadien bleek dat haar groepje kinderen meestal beperkt was tot 30 goed gedisciplineerde Duitse kinderen. Nu waren er meer dan 500 uit diverse nationale en sociale middens en de toestand in het Bahnhof begon op zeker ogenblik zo uit de hand te lopen, dat de Bahnhofdirectie er de politie te hulp riep om de ouders uit de trein te halen. Frau Tröger gaf dan toe, dat de Belgische begeleiders wellicht meer ervaring hadden. Inderdaad, nadat de ouders uit de trein waren gehaald, namen de begeleiders de verantwoordelijkheid over, elk voor zijn eigen groepje kinderen. meer vrijwilligers nodig Tijdens de voorbereiding voor 1960 werd het duidelijk dat nog meer sociale diensten van Caritas-Stuttgart en andere steden graag kinderen zouden zenden. Dank zij zeer veel hulp van de media lukte het ook een groot aantal nieuwe gastgezinnen te bereiken. Kort voor de vakantieperiode werden de lijsten afgesloten met een totaal van 800 kinderen. Een kleine berekening leerde vlug dat de reis met 800 kinderen ook een minimum van 40 - 50 begeleiders vroeg, en Caritas-Stuttgart had reeds laten weten dat zij daarvoor geen medewerkers hadden. Om deze groep verder uit te bouwen en niet alleen tijdens de reis maar ook in Stuttgart zelf alles onder controle te houden, was een verantwoordelijke persoon noodzakelijk.
een vast secretariaat Een grote hulp voor de organisatie was de inrichting van een permanent secretariaat in het Gildenhuis te Boechout. Zelfs zonder de zorg voor alle financiële taken, waarvoor de familie Cos zorgde, werden de stapels papieren documenten steeds groter. We kunnen ons nu, met al de faciliteiten van de digitale wereld, die werkwijze maar amper voorstellen: een oude zware tweedehands schrijfmachine waar men met de nodige carbonbladen tot vier exemplaren van een listing kon drukken, en een primitief systeem om gegevens te kopiëren met een soort alcohol en afdrukken in het paars. |
|||||||
| . | |||||||
|
|||||||
|
. |
|||||||
| 6. en verder ? | |||||||
|
. |
|||||||
| Naarmate de vluchtelingenkampen werden afgebouwd, zou ook het aantal kinderen vanuit Duitsland kleiner worden. Maar intussen had Jeugd zonder Land ook contacten met de Oostenrijkse Caritas, die vooral in Ober-Österreich een zeer grote toevloed van vluchtelingen moest opvangen. Op een bepaald ogenblik werden zelfs de resterende kinderen uit Duitsland, tijdens de reis "aangekoppeld" aan een trein uit Oostenrijk. Daarom is het moeilijk het exacte aantal kinderen dat uit Duitsland kwam afzonderlijk weer te geven. Voor beide landen samen kwamen er tot in 1995 samen 27 448 kinderen. | |||||||
|
. |
|||||||
|
|
|||||||
|
H01 updated 17.09.2010 pict 17.09.2010 |