Euro-Children 

Geschiedenis

.

Hoofdstuk 10. Kroatische kinderen uit Kroatië en Bosnië-Hercegovina

 

Na de dood van maarschalk Tito viel het oude Joegoslavië uiteen. Slovenië kwam zonder enige hinder uit de problemen en werd gewoon zelfstandig.In Kroatië en Bosnië-Hercegovina ontstond een burgeroorlog, waarin bij de drie volksgroepen een harde kern van militanten trachtte door etnische zuivering de twee andere groepen te verdrijven: verwoesting van steden en het vermoorden van de tegenstanders maakten vele slachtoffers.

De drie volksgroepen hebben elk een andere cultuur en een andere godsdienst, wat de toekomst nog moeilijker zou maken. Katholieke Kroaten, Orthodoxe Serviërs en moslim-Bosniërs werden gedwongen samen te leven. Met dat doel werd een nieuwe staatsstructuur opgericht voor Bosnië: het land bestaat uit twee delen, de Federacia en de Republika Srpska.

Over beide landen en de huidige werking van Euro-Children ten bate van de Kroatische kinderen, kan men meer lezen : klik even

voor Kroatië op kroatië.htm

voor Bosnië-Herzegovina op bosnië.htm

 

10.1 Eerste vraag om hulp

.

Op 24 mei1992 ontving Euro-Children een vraag, of het mogelijk was een groep Kroatische kinderen uit te nodigen voor een verblijf bij Belgische gastgezinnen. De vraag kwam van mevrouw Gisela Cischewski, voorzitster van de organisatie Medunarodno krscansko društovo za djecu Krvatske (International Christian Associalton for the children of Croatia). Het ging uitsluitend om kinderen van Bosnisch-Kroatische gezinnen, die een tijdelijk onderkomen hadden gevonden in de buitenwijken van Zagreb.

Bij een eerste bezoek aan Zagreb bleek echter dat  Caritas Banja Luka een steviger samenwerking kon garanderen. Omwille van de te gevaarlijke toestand in Banja Luka zelf bevond het secretariaat van deze dienst zich in Zagreb, en werd er geleid door Dr. Anicic. Bij die gelegenheid ontstond ook het eerste contact  met Sister Mirna Matiċ, die nadien vanuit Banja Luka een grote hulp werd.

.

10.2 Geleidelijke groei van de organisatie in Kroatië

.

Sister Mirna zal gedurende vele jaren, ook nog op dit ogenblik, de verbindingspersoon blijven tussen de Bosnisch-Kroatische gezinnen en Euro-Children.

Toen de toestand in Banja Luka veiliger werd, verhuisde het secretariaat van Caritas terug naar Banja Luka. Sister Mirna werd er verantwoordelijk voor een medische consultatie en werd tevens belast met de oprichting van een internaat voor meisjes.

Na een tijdelijke pastorale taak in de VS, kwam ze terug naar Zagreb, waar ze nu opnieuw verantwoordelijke is voor een meisjesinternaat.

Minstens met één groep kinderen komt ze jaarlijks mee naar Antwerpen, waar ze steeds een hele reeks vrienden ontmoet. 

.

In 1993 kwam er een eerste beperkte groep van 47 kinderen, allen uit de buitenwijken van Zagreb. Een deel van deze kinderen woonde in de wijk voor vluchtelingen, "Kozari Put" aan de stadsrand, in smalle straatjes.

Tijdens een bezoek dat Father Robert bracht aan de Belgische ambassadeur was deze zo geïnteresseerd in het initiatief van Euro-Children dat hij vroeg één van de gezinnen in deze arme wijk te bezoeken. De verschijning van een wagen met officiële nummerplaat deed in heel de straat de ronde. 

.

De kinderen hadden bij hun terugkeer heel wat nieuws te vertellen en maakten heel wat publiciteit voor de actie. Tijdens de voorbereiding hadden we het geluk - zie boven - een samenwerking te bereiken met Caritas Banja Luka, waardoor we voor het volgende jaar 118 kinderen konden uitnodigen en in 1995 reeds 153.

Het jaar 1996 zou in zekere zin de definitieve doorbraak betekenen naar de werking in de toekomst. Euro-Children bestond 40 jaar, en dat was een gelegenheid om in Zagreb de banden steviger te maken tussen Euro-Children en Caritas Banja Luka. Father Robert, toen ook nog directeur van Caritas-Antwerpen werd met Vicaris Generaal Emiel Janssen (verantwoordelijk voor de caritatieve sector) uitgenodigd voor de viering in Zagreb.

.

Intussen had de bischop van Banja Luka, Monseigneur Franjo Komarica het met sister Mirna geregeld, dat we vanuit Zagreb naar Banja Luka zouden komen, om elkaar ook persoonlijk beter te leren kennen.

De politieke toestand was nog zeer gespannen. Het gebied rond Banja Luka was bezet door Servische milities en werd beheerd vanuit Pale, hun hoofdkwartier. De toegangen vanuit Kroatië waren gesloten, men kon enkel vanuit Bosnië naar Banja Luka. Toch werd het voor ons geregeld.

Er was een uitzondering voor de vrachtwagens van het Rode Kruis en Caritas, en natuurlijk legervoertuigen. Om de lange omweg via Bosnië te vermijden had Caritas verkregen dat we vooraf onze persoonlijke paspoortgegevens mochten faxen, en zo mochten we binnen via de grenspost van Gradiska. Een wagen van Caritas kwam ons afhalen aan de Kroatische zijde van de brug, en bracht ons via een lange en eenzame weg - bijna zonder verkeer - ter plaatse.

.

De ontvangst bij de bisschop was zeer hartelijk, hij vertelde uren lang over de problemen van de katholieke bevolking in de Republika Srpska, gaf ons - aan de hand van een reeks landkaarten - een duidelijk overzicht van al de plaatsen waar nog Kroatische families leefden en was uitermate dankbaar voor al de gezinnen  die "zijn" kinderen zouden opnemen.

Enkele jaren later, in 2004 bracht bisschop Komarica een bezoek aan Antwerpen, bij gelegenheid van zijn opname in de Europese Eresenaat. Hij maakte van de gelegenheid gebruik ook meerdere gastgezinnen te ontmoeten, die speciaal naar het Caritashuis waren gekomen. Het was voor hem ook een gelegenheid om zijn dank uit te drukken aan al de vrijwilligers die betrokken zijn bij de werking van Euro-Children.

 

.

10.3 Uitbreiding van de werking in Kroatië en in Bosnië-Hercegovina.

.

 

Tijdens ons eerste bezoek aan Banja Luka, brachten medewerkers van Caritas ons per jeep naar enkele plaatsen aan de stadsrand, om zelf te zien wat de gevolgen waren van de burgeroorlog voor de bevolking.

De Servische milities hadden 90 % van de Kroatische bevolking verdreven. Een tiental priesters en een kloosterlinge werden vermoord, geen enkele kerk was nog bruikbaar. Ook de woningen van de meeste Kroatische gezinnen waren verwoest.

Na de overeenkomst van Dayton zouden de gezinnen hun vroegere woning terugkrijgen, maar wat kunnen ze in de Republika Srpska aanvangen zonder werk ?

 

.

Een gering aantal onder hen had een onderkomen gevonden in het andere deel van  Bosnië, de Federacia. Zo werden uit dat landsgedeelte gedurende meerdere jaren kinderen uitgenodigd. Vooral uit het stadje Drvar kwamen heel wat kinderen.

.

Omdat Sister Mirna plots in het  buitenland een taak moest vervullen voor haar kloostercongregatie,  hadden we dringend een medewerker nodig die vanuit Zagreb kon zorgen voor de contacten met de gezinnen uit Kroatië en Bosnië..

 

In Zagreb woonde een gezin, waarvan de vader voor de burgeroorlog in dienst was van Caritas Banja Luka. Het gezin woonde toen in Bosnië maar werd ook verdreven. Een van de zonen was reeds enkele malen te gast in ons land en zou later zelf een begeider worden tijdens de reis van de kinderen.

De moeder van het gezin, Visnja Matoseviċ die een full time betrekking heeft in een Kroatisch bedrijf in Zagreb, aanvaardde onmiddellijk deze taak. Sindsdien zorgt zij gans het jaar door voor de contacten met de ouders.

.

Vanaf 2001 werd aan Euro-Children gevraagd kinderen op te nemen uit Okučani , een klein plaatsje in Kroatië, vlak bij de Bosnische grens. Het bleek dat deze gemeente heel open staat voor de Kroatische vluchtelingen uit Bosnië. Zowel de kerkelijke als de burgerlijke overheden hebben daar zeer degelijk werk verricht voor de integratie van de Bosnische Kroaten. Het feit Milorad Oršuliċ, de vader van één van de trouwe eurokinderen, die reeds vele jaren terugkomt, een functie bekleedt bij de gemeentelijke diensten is een groot voordeel.

Bij een nieuw bezoek aan Kroatie werd onze aandacht gevraagd voor een andere groep die graag kinderen zou toevertrouwen aan Euro-Children. Zo werd het kleine plaatsje Plaški ingeschakeld, en vanuit deze plaats zou een grotere samenwerking ontstaan met heel die regio.

.

10.4 Samenwerking met Caritas Gospic

.

Op 8 maart 2008 werd, in aanwezigheid van de bisschop Mile Bogovic een overeenkomst ondertekend, tussen Caritas Gospic en Euro-Children. 

De directie van Caritas Gospic heeft aangeboden de plaatselijke vertegenwoordigers van Euro-Children (allen vrijwilligers) in deze regio te helpen bij de selectie en voorbereiding van de kinderen en tevens bij de voorbereiding van de administratieve documenten. We zijn zeer blij met deze hulp. Hoewel het werk van vrijwillige helpers ten zeerste wordt gewaardeerd, is de hulp en begeleiding van beroepskrachten een noodzaak geworden.

.

Voor het jaar 2008 was de concrete invulling van de beloften in Gospic gedaan nog niet 100 %, maar tijdens het jaar 2009 was de samenweking zeer goed. De keuze van de nieuwe kinderen bracht echter ook voor hun medewerkers het probleem mee, dat de moeders vooral hun jongens aan Euro-Children willen toevertrouwen ... terwijl onze moeders vooral meisjes wensen!. En toch vonden we voor alle gemelde kinderen een gastgezin.

.

H11 updated 20.09.2010 pict