Bosnië - 

Hercegovina

1. federacia - BiH

2. republika serpska

3. pol. ontwikkeling

   

.

Door de verdragen van Dayton, gesloten om een einde te maken aan de oorlog, werd Bosnië verdeeld in twee grote delen: één deel (Federacija) wordt bestuurd door Kroaten, Moslims en Serviërs en heeft als hoofdstad Sarajevo, het andere deel (Republika Serpska genaamd) wordt beheerd door de Serviërs met Banja Luka als hoofdstad.

 

Federacija Bosnia i Hercegovina

Volgens de bepalingen van het Dayton-vredesakkord van 1995, hadden op 1 oktober 2006 verkiezingen plaats in beide landsgedeelten. Hoewel de slechte economische toestand (20% werkloosheid) het belangrijkse element is bij het bestuur, kwam dit in de kiescampagne nauwelijks aan bod.

 

Het federale presidentschap staat boven de twee "entiteiten" en omvat een vertegenwoordige van de drie volkeren: Haris Silajdzic vertegenwoordigt de moslims,  Namens de Bosnische Serviërs werd Nebosja Radmanovic verkozen, en Zeljko Komsic vertegenwoordigt de Kroaten

 

De Kroaten zijn helemaal niet gelukkig met de uitslag van de verkiezingen: Komsic werd verkozen, dank zij de stemmen van heel wat  Bosnische moslims . Nu is juist de verhouding Moslims - Kroaten op vele plaatsen in de Federacia niet zo goed, en voor de Kroaten geeft Komsic dan ook niet veel vertrouwen.

 

De internationale gemeenschap is dan wel blij dat er echte democratische verkiezingen waren, maar men zal moeten afwachten of er iets verandert aan de gespannen toestand tussen de drie volkeren. De verhouding is des te moeilijker, omdat het gaat oer drie volkeren met ieder een eigen cultuur en een verschillende godsdienst.

 

Drvar

Voor de ingang van de zaal die nog steeds als kerk dienst doet, heeft men een constructie voor de klokken aangebracht, en een kruisbeeld omgeven met prikkeldaad. Hiermede wil men de aandacht vestigen op het feit dat de regering van de Federacia en het gemeentebestuur nog steeds weigeren de grond terug te geven, waar de kerk op stond die door de Serviërs werd vernietigd, 

Drvar: ligt in het district Zapadna Bosna (in vogelvlucht) ongeveer 50 kilometer ten zuid-oosten van Bihac.  

Voor de tweede wereldoorlog (statistieken van 1935) was Drvar een kosmopolitische stad met  450 katholieke Kroaten, 673 orthodoxe Serviërs, 46 protestanten  en 48 moslims. Tijdens de Joegoslavische oorlog werd vrijwel heel de bevolking verdreven. Nadien werden er tot 6000 Kroatische vluchtelingen ondergebracht, waarvan de meerderheid nadien werd toegewezen aan andere gemeenten of zelf een betere oplossing zochten. Velen weken uit naar Kroatië.

Drvar telde einde 2005 nog 342 Kroatische gezinnen met 1050 inwoners.. De plaats was voor een gedeelte een soort doorgangsplaats voor Kroatische gezinnen, die elders voor de zoveelste maal werden verdreven. Vanuit het buitenland, vooral de VS is er een lobby om de Servische  gezinnen aan te zetten hun eigendom terug op te eisen. Heel dikwijls wensen ze in het geheel niet terug te komen, maar de Kroatische gezinnen die er door de gemeente werden ondergebracht moeten dan toch de woning ontruimen. Vele gezinnen worden het op deze manier beu nog langer daar te wonen, en zoeken een oplossing in een ander land, zoals in Kroatië. Hierdoor zijn er elk jaar kinderen, waarvan men het adres niet kan terugvinden.

In deze regio is er een beetje werk te vinden in de houtnijverheid (bosbeheer en aanverwante industrie). Sommige gezinnen zijn dan ook ietsje beter af dan andere, maar de levenssituatie blijft zeer eenvoudig.  

De parochie wordt sinds een paar jaar geleid door een zeer actieve en sympathieke priester: Žarko Vladislav Ošap, die voor 100 % achter de werking staat van Euro-Children. De jubileumviering in Drvar op 29.09.06 was dan ook de meest indrukwekkende van heel Kroatië: bisschop Komarica leidde de plechtigheid die twee uur duurde in aanwezigheid van vrijwel alle Kroatische kinderen en vele ouders. 

Er zijn weinig mogelijkheden voor de kinderen, velen verblijven in te kleine en oude woningen, en leerlingen in het secundair onderwijs moeten soms vele uren in autobussen doorbrengen om een school te bereiken waar ze de richting kunnen volgen die ze hebben gekozen.  Drvar is een plaats die van Euro-Children voorrang heeft gekregen voor het plaatsen van nieuwe kinderen.

Jajce

Jajce: ligt in het district Srednja Bosna, zuidelijk van Banja Luka.

De stad Jajce heeft reeds een oude geschiedenis. Het was eens een koninklijke stad met een oud verleden, de stad wordt reeds vermeld in documenten van 1396. In 1623 kregen de franciskanen opdracht er een klooster en kerk te bouwen.

In 1991 waren er 8.000 katholieken (Kroaten) maar door de oorlogsomstandigheden bleven er in 1994 maar 85 over. De kerk en het klooster werden zwaar beschadigd. Na de Joegoslavische oorlog keerden heel wat Kroaten terug, zodat hun aantal in 1999 reeds 11.000 bereikte. Maar door gebrek aan werkgelegenheid moesten de gezinnen elders een betere levenswijze zoeken. Einde 2005 was hun aantal  teruggevallen op 6.402. Het gebrek aan werkgelegenheid weegt nog steeds zwaar op de bevolking, en er komen meer en meer zeer behoeftige gezinnen, vooral aan de stadsrand.

Euro-Children nodigde in 2006 zes kinderen uit, die blijkbaar allen opnieuw zullen worden uitgenodigd door hun vroeger gastgezin. De ouders van deze kinderen hadden Father Robert en zuster Mirna uitgenodigd, en stelden zelf voor via de school te zoeken naar kinderen uit de armste gezinnen. Sommige kinderen moeten een uur te voet gaan om naar school te komen en na schooltijd opnieuw dezelfde afstand afleggen. Daarom werd Jajce ook opgenomen in de plaatsen met voorrang bij de selectie van de nieuwe kinderen.

 

Republika Srpska

 
De andere deelstaat van Bosnië werd na de Joegoslavische oorlog Republika Srpska genoemd. Door de etnische zuivering die de Servische milities er hadden doorgevoerd werden de Kroaten en de Bosnische moslims er een zeer kleine minderheid. In de politieke mededelingen naar aanleiding van de verkiezingen van het presidium werd door bepaalde Servische politiekers openlijk gezegd dat ze de aanhechting van dit landsgedeelte bij Servië zelf nastreven. Elf jaar na het ondertekenen van de Daytonakkorden  leven er in de Republika Srpska nog maar 13.000 van de 220.000 katholieke Kroaten.

 

Intussen blijft bisschop Franjo Komarica, zoals hij ook moedig heeft gedaan tijdens de oorlog, de rechten verdedigen van de minderheden. Omdat noch de Servisch-Orthodoxe kerk noch de moskeeën van de Bosnische moslims blijk geven van sociale hulpverlening aan de behoeftigen, komen steeds meer arme gezinnen en alleenstaande bejaarden om hulp bij Caritas Banja Luka. Bij de verdeling van voedsel in Banja Luka zelf vormen de Kroaten stilaan een kleine minderheid. In het raam van deze hulpverlening aan het zwakste, en hier ook het meest afgezonderde deel van de bevolking in dit deel van Bosnië, heeft de bisschop een speciale vraag gericht om hulp voor de kinderen. Hij rekent er op dat Euro-Children vooral voorrang zal geven aan kinderen uit de afgelegen dorpen.

Naar mate de plannen voor de toekomst duidelijker worden, zullen we verder een woord uitleg geven over de dorpen waarvan we kinderen zullen uitnodigen. We hopen natuurlijk dat voldoende nieuwe gastgezinnen zich zullen aanbieden om deze kinderen uit te nodigen.

 

Ljubija en Ravska

Ljubija

Ljubija: ligt in het district  Prijedor. enkele kilometer van deze stad.

Zoals in de meeste dorpen in deze streek, waren er tijdens de Joegoslavische oorlog veel gevechten en moorden. Het feit dat het hier gaat om een dorp dat in de bergen ligt en vrijwel afgezonderd was van de buitenwereld, gaf aan de diverse milities alle vrijheid ongehinderd te werk te gaan. Van de 1452 Kroaten (1991) zijn er nu maar 302. Om deze reden werd de verantwoordelijke priester, Marko Vidovic, ook verantwoordelijk voor de parochie Ravska op 8 kilometer.

 

Ravska

Ook dit dorp had zwaar te lijden onder de aanvallen van vijandige milities, waardoor de Kroatische bevolking van 700 (1991), verminderde tot 255. Een bijkomend probleem is, dat de gezinnen verspreid zijn over drie bergtoppen, sommigen op een afstand van 10 kilometer.

Tijdens de vijandigheden werd de kerk volledig verwoest en de priester Ivan Grgic op 30-jarige leeftijd vermoord (8.11.1992). Een gedenkplaat bij de ingang van het nieuwe kerkje herinnert aan deze gebeurtenis.

Marko, op de foto met zijn oude Lada, is zeer geliefd bij de ganse bevolking, waarvan de meerderheid Servisch en orthodox is. Vooral de kinderen en jongeren zijn hem dankbaar, omdat hij zo om hen bekommerd is.

 In zulke afgelegen dorpjes is er geen enkele vorm van ontspanning, en de gesteldheid van de ligging (zeer sterke berghellingen) maakte het zelfs onmogelijk ... om voetbal te spelen. Dank zij steun va de gemeente kon Marko naast het kerkje een sportterrein aanleggen. De gemeente zond werklieden met zware apparatuur om de grond af te graven en waterpas te maken. Vanuit het buitenland kreeg hij palen om het terrein af te bakenen (zie hiernaast op de foto), en intussen is ook de draad aangebracht. Zo kunnen de ballen niet meer naar beneden ...  over een afstand van 200 tot 300 meter.

In 2006 kwamen er twee jongens uit het dorp naar ons land, maar ook hier verliep dit eerste contact niet zonder problemen. De moeders konden hun kinderen niet missen, en jongens die uit een klein afgelegen dorpje kwamen waren er ook niet zo heel gerust in: niemand in hun omgeing was ooit met Euro-Children in aanraking gekomen. Een van de twee had een te groot heimwee, maar Ivan beet door "ik heb beloofd aan de priester dat ik ga, en ik ga" zegde hij. En het viel zo mee in Oud-Turnhout, dat hij al zijn vrienden overtuigd heeft dat een vakantie in een Vlaams gezin fantastisch is.

Dit stelt Marko voor een probleem, want niet alleen katholieke maar ook orthodoxe kinderen zouden in 2007 graag komen. Voor Euro-Children geen probleem, iedereen die het nodig heeft is welkom ... alleen moeten de ouders in Ravska eerst hun eigen politieke tegenstelling voldoende overbruggen. We hopen dat het lukt: zo kan dit piepkleine dorpje in de Bosnische bergen misschien een voorbeeld worden voor andere dorpen in de Republika Srpska. 

We hebben in elk geval aan Marko Vidovic beloofd een tiental plaatsen te reserveren voor "zijn" kinderen, katholiek of orthodox.

 

Trn

Trn: ligt in het district Banja Luka op ongeveer 25 km. van de hoofdstad.

Van de 1372  katholieken in 1994 bleven er in 2005 nog 240 over. De kerk werd verwoest door Servische milities. Op 23.09.06 had er een pontificale dienst plaats naar aanleiding van het begin der werken voor de bouw van een nieuw kerkje. Father Robert was eregast en bisschop Komarica sprak over Euro-Children.. Na de plechtigheid vroeg pater Ivo, verantwoordelijke voor de jeugdwerking om ook kinderen te mogen zenden. We hebben natuurlijk positief geantwoord en wachten op verdere inlichtingen oer de kinderen.

 

 

Recente politieke ontwikkelingen

Op 3 september 2009 lezen we in "de Standaard" : "De politieke crisis in Bosnië-Herzegovina escaleert. Veertien jaar na het vredesakkoord van Dayton waarschuwen analisten voor het uiteenvallen van het Balkanland." In hetzelfde artikel wordt verwezen naar een tekst van twee Amerikaanse professoren in Foreign Affairs: "Bosnië staat op het punt uiteen te vallen. Bosniërs spreken opnieuw over een mogelijke oorlog."

Volgens de cijfers in dit artikel vermeld zou de verhouding van de bevolking in de Federacia (iets meer dan 4.000.000 inwoners) nu bestaan uit 48% Bosniakken (met Islamitische godsdienst), 37% Serviërs en 13% Kroaten. In de Republika Serpska zouden nog ongeveer 5% Bosniakken wonen, tussen de 5% en de 10% Kroaten en de anderen zijn Serviërs.

Indien u gans dit interessante artikel wil lezen, klik dan naar

Bosnie/BiHpolOntw.pdf

Sinds 1995 is Bosnië een internationaal protectoraat, met een administratief-onmogelijke organisatie: er zijn in totaal 160 ministeries! En over bijna geen enkel politiek probleem wordt overeenstemmig bereikt. Intussen hebben de verantwoordelijken voor Euro-Children in Bosnië ook dit jaar veel moeilijkheden gehad om toch enkele Kroatische kinderen uit te kiezen. Maar we hebben wel ondervonden dat het aantal Bosnische Kroaten dat uitwijkt naar Kroatië steeds toeneemt. Veel van deze gezinnen leven in de regio Gospic, waarvan Euro-Children steeds meer kinderen heeft kunnen uitnodigen.

 

 

 

.

B05 updated 08.09.2010 / pict 14.09.2010